Leren Modelvliegen

Een korte oriëntatie over het leren vliegen met RC-modellen.

Punten waar je op moet letten

Als men wil leren modelvliegen, staat de leerling voor een aantal keuzes en uitdagingen, zoals:

  • Type vliegtuig of heli
  • Zend-ontvanger systeem
  • Zendmodus
  • Constructie-eisen vliegtuig of heli
  • Aandrijving verbrandingsmotor of elektrisch
  • Afstellen van de besturing
  • Afstellen van het zwaartepunt

Het beste is, om naar een modelvliegclub te gaan, en je daar eens te gaan oriënteren. Je kunt daar hulp krijgen, wat het makkelijker maakt al deze zaken het hoofd te bieden en wat teleurstellingen voorkomt.

Type Vliegtuig

Het beste is, als eerste model een zgn. beginnervliegtuig aan te schaffen. Eén van de meest gangbare typen op dit moment is de Calmato van Kyosho. Als elektro-trainer is de Mentor van Multiplex een goede keuze. Maar gelijkwaardige typen zijn ook goed.
De eisen die aan een beginnerstoestel worden gesteld zijn:

  • Hoogdekker, met spanwijdte van ongeveer 1.5 meter
  • Eenvoudige constructie
  • Grote eigen stabiliteit
  • Lage vleugelbelasting, dit geeft een lagere overtreksnelheid

 

Type Heli

Een modelhelikopter moet van goede kwaliteit zijn. Elke bezuiniging zal zich wreken in de afstelling en het vliegen. Dus goedkoop is duurkoop.

Zend en Ontvangsystemen

De frequentieband die van oudsher voor modelvliegen gebruikt wordt, is de 35 Mhz band. Tegenwoordig is echter de 2,4 GHz band de meest gebruikte. Voor het vliegen met vleugelmodellen is een zender met vier kanalen het minimum. Als men later met geavanceerde modellen wil vliegen, dan zijn meer kanalen nodig. Voor helikoptermodellen is het minimum aantal kanalen zes. Tevens moet de zender een helimoduul hebben, om de gas-pitch curve in te kunnen stellen, en om de giro te kunnen bedienen.
De nieuwere 2,4 Ghz systemen openen weer nieuwe perspectieven. Zo zijn er tegenwoordig systemen die telemetrie vanuit het vliegtuig kunnen terugzenden.

Niet toegestaan zijn de zenders voor speelgoedvliegtuigen. Deze zijn meestal niet goed afgeschermd en kunnen storing veroorzaken.

Verder is het systeem gevoelig voor afscherming. De ontvangantenne moet altijd de zendantenne "zien". De uitgezonden stralen gedragen zich als lichtstralen.

Zendmodus

Bij de FMS zijn twee zendmodi in gebruik, namelijk mode 1 en mode 2.

De knuppelbezetting bij mode 1 is:

Linker knuppel: hoogteroer  en richtingroer Heli: nick en staartrotor
Rechter knuppel: gas en rolroeren Heli: gas/pitch en roll

 

De knuppelbezetting bij mode 2 is:

Linker knuppel: gas en richtingroer Heli: gas/pitch en staartrotor
Rechter knuppel: hoogteroer en rolroeren Heli: nick en roll

 

Bij FMS vliegt ongeveer 15% van de leden met mode 1, en ongeveer 85 % van de leden met mode 2.

Constructieve eisen

Er zijn twee mogelijkheden, nl. een ARF-kist of een zelfbouw model. Bij een ARF model zijn de romp, vleugel en roeren grotendeels klaar. Het is een kwestie van de onderdelen op de juiste manier samenvoegen en de apparatuur inbouwen.

Een zelfbouw model kost meer tijd. Er moet goed op worden gelet, dat alle onderdelen recht worden gebouwd. Vooral is het de kunst, om de vleugels zonder verdraaiing te bouwen. Ook zeer belangrijk is dat de neuslijst van de vleugel de juiste vorm heeft.

Accu en vooral de ontvanger moeten trillingsvrij worden bevestigd. In het algemeen moet de accu zover mogelijk voor in het toestel worden gepositioneerd. In elk geval voor de ontvanger. De accu en ontvanger moeten goed worden gefixeerd. Ze mogen niet aan de wandel kunnen gaan. Ook moet de nodige aandacht aan de montage van de brandstofank worden besteed. Als inbouw van de tank niet goed is, bestaat de kans op schuimende brandstof en daardoor uitval van de motor. Het verdient aanbeveling om in de tank een sinterklunk te gebruiken. Dit voorkomt vuil in de carburateur en dus motoruitval.

Ook de montage van de servo’s  moet zorgvuldig gebeuren. Gebruik altijd de rubber tules voor de bevestiging. Zeer belangrijk is de montage van de stuurstangen. Ze moeten zo recht mogelijk lopen, goed zijn bevestigd en gemakkelijk bewegen. Als er druk op de stangen wordt uitgeoefend, mogen ze niet uitbuigen. Wat betreft de constructie van helikopters moet strikt de voorschriften van de leverancier worden gevolgd. Alle bouten en moeren moeten worden geborgd. Vooral de accu, de ontvanger, de giro en de servo’s moeten met de nodige zorg worden gemonteerd. Vooral een giro met een piézo element heeft een zeer “zachte” montage nodig om trillingen op het element te voorkomen.

Aandrijving

Er zijn twee typen van aandrijving. De brandstofmotor in 2-takt of 4-takt uitvoering of een elektrische aandrijving. De elektrische aandrijving is een verhaal apart. Voorlopig laat ik dat even rusten. Tot nu toe heb ik geen leerlingen gehad met een elektrische aandrijving. Over het algemeen is een 2-takt motor van 6,5 cc of een 4-takt van 8 cc sterk genoeg, om alle figuren te vliegen. Bij de montage van de motor moet er op worden gelet, dat de stand correct is. Dus dat de down trust en de side trust volgens de tekening is uitgevoerd. Hoe nauwkeuriger, hoe beter en gemakkelijker het model vliegt.

Afstellen van de besturing

Voor het afstellen van de rolroeren, het hoogteroer en het richtingsroer gaat men als volgt te werk. Schakel de zender en ontvanger in. De knuppels en de trimmen moeten in het midden staan. Monteer de roerhevels op de servo’s zodanig, dat deze een rechte hoek maken met de stuurstang. Stel de stuurstanglengte zodanig af, dat de roeren precies in het midden staan. Controleer de uitslag van de roeren, zoals voorgeschreven door de fabrikant.

De gebruikelijke uitslagen zijn:

  • Hoogte roer up en down 12 tot 15 graden
  • Rolroeren up en down 12 tot 15 graden. Beter is up 15 graden en down 10 graden.
  • Het differentiëren van de rolroeren gaat in het kader van dit stukje wat te ver.
  • Richtingroer links en rechts 20 tot 30 graden.

 

Het afstellen van het gas gaat als volgt:

Monteer de roerhoorn op servo zodanig, dat deze een rechte hoek maakt met de stuurstang, als de stuurknuppel en trim in het midden staan. Bepaal nu het gaatje op de servohevel zodanig, dat de totale slag van de servo (knuppel plus trim) overeen komt met de slag van de hevel aan de carburateur. Zet nu de knuppel en trim in de stand dicht. Stel de lengte van de stuurstang zodanig af, dat de carburateur net gesloten is, zonder dat de servo gaat brommen. Nu de stationair stand (trim open knuppel in stand dicht) en volgas stand (trim en knuppel in open stand) controleren. Bij de stationair stand is een kleine spleet zichtbaar, en in vol open stand mag de servo niet brommen.

Bij het afstellen van het neuswiel, indien aanwezig, moet de lengte van de stuurstang zo worden afgesteld, dat het model rechtuit rijdt, met het richtingroer in de middenstand. Verder mag de uitslag niet groot zijn. Het gaatje op de servo roerhevel moet dicht bij de as liggen.

Voor het afstellen van een helikopter, moeten zeer zorgvuldig de richtlijnen van de leverancier worden gevolgd. Als je er niet uit komt, is de beste methode een ervaren helivlieger om hulp te vragen.

Afstellen zwaartepunt

Het zwaartepunt is zeer belangrijk voor de vliegeigenschappen. Als het vliegtuig wordt gebalanceerd op het zwaartepunt, dan moet deze de neiging hebben iets naar voren te hangen. Er wordt altijd gemeten met een lege tank, tenzij de tank achter het zwaartepunt ligt.
Het zwaartepunt kan worden uitgerekend. Op de website http://www.ac-r.de/ is een rekenprogramma te downloaden. Voor een beginnerstoestel, met rechte vleugel, ligt het zwaartepunt op ongeveer op 28 % van de koorde van de voorlijst.
Voor het zwaartepunt van een helikopter geldt ongeveer hetzelfde. Als de heli bij de kop wordt opgetild, moet deze een lichte neiging hebben naar voren te hellen. Om een goede lus achterover (looping) te kunnen vliegen, moet het model ook over de lengte-as gebalanceerd zijn. De eenvoudigste manier van balanceren is als volgt. Pak het model beet bij de propeller en de bovenkant van het kielvlak en til deze van de grond. Als het model dan scheef gaat hangen, moet er gebalanceerd worden. In de vleugeltip, die omhoog komt, moet zoveel lood worden geplakt, dat de vleugel horizontaal blijft, als het model op bovengenoemde manier wordt op getild.

Ik raad beginners aan zo snel mogelijk lid te worden van een modelvliegclub. Verder wordt er van de beginner een behoorlijke portie geduld en doorzettingsvermogen gevraagd.
Beginners die willen leren vliegen, en lid zijn van de FMS, kunnen het beste een oproep plaatsen op de site op het prikbord. Er wordt op dit moment nagegedacht hoe dit beter te regelen.

Originele tekst Jaap van den Berg. Update 2012.

We hebben 22 gasten en geen leden online

Ga naar boven